De Atalantavlinder, ook wel admiraalvlinder of nummervlinder genoemd, behoort tot de meest voorkomende en meest geliefde vlinders in België en Nederland. Met zijn opvallende zwarte vleugels, versierd met felrode banden en witte vlekken, is deze vlinder onmiskenbaar.
Deze website neemt je mee in de fascinerende wereld van de Atalanta - van de kleine groene eitjes op brandnetelbladeren tot de indrukwekkende trek naar het Middellandse Zeegebied.
De Atalanta in volle pracht
Diep fluweelachtig zwarte basiskleur met opvallende oranje-rode banden dwars over de voorvleugels. Aan de toppen schitteren helderwitte vlekken.
Spanwijdte van 5 tot 6 centimeter, wat de Atalanta een middelgrote dagvlinder maakt. Perfect zichtbaar tijdens de vlucht.
De combinatie van zwart, oranje-rood en wit maakt de Atalanta vrijwel onmogelijk te verwarren met andere soorten.
De Atalantavlinder doorloopt vier fascinerende stadia van ontwikkeling
5-10 dagen
Het vrouwtje legt groene eitjes één voor één af op de bovenkant van brandnetelbladeren. De eitjes zijn klein en groenachtig, vaak bedekt met fijne haartjes voor camouflage.
2-3 weken
De rups is aanvankelijk slechts enkele millimeters, donkerbruin tot zwart met stekelige haartjes. Ze doorloopt vijf groeistadia en verstopt zich overdag in een kokertje van opgerold brandnetelblad.
Ongeveer 1 maand
Na ongeveer een maand als rups verpoppen ze. In deze fase vindt de fascinerende metamorfose plaats waarbij de rups transformeert tot vlinder.
April-november
De prachtige Atalanta komt tevoorschijn. In België en Nederland komen twee generaties per jaar voor. De vlinders vliegen van april tot november en voeden zich met nectar.
De rupsen van de Atalanta zijn vrijwel volledig afhankelijk van brandnetel als voedselplant. De grote brandnetel (Urtica dioica) is de belangrijkste waardplant, soms ook de kleine brandnetel. De rupsen leven solitair op een blad, dat ze met spinseldraad samenspannen tot een beschermend kokertje.
De Atalanta heeft een indrukwekkend groot verspreidingsgebied:
De Atalanta kun je in principe overal tegenkomen, de enige voorwaarde is dat er nectarrijke bloemen aanwezig zijn. Je vindt ze in:
De Atalanta gedijt in diverse habitats
In tegenstelling tot veel andere vlinders die hier overwinteren, trekt de Atalanta in de herfst massaal naar zuidelijkere streken. De Nederlandse en Belgische populatie verdwijnt in de winter grotendeels richting het Middellandse Zeegebied.
In het voorjaar keren ze terug naar het noorden, soms in grote aantallen. Dit maakt de Atalanta tot een échte trekvlinder, net zoals vogels seizoengebonden migraties ondernemen.
De Atalantavlinder en andere prachtige vlinders in beeld
Atalanta op nectar zoek
Detail van de vleugeltekening
Vlinder op paarse bloem
In natuurlijke omgeving
Bezoeker in de tuin
Op zoek naar nectar
Zijaanzicht met gespreide vleugels
Macro-opname
Tijdens de rust
Rustend op blad
Met gespreide vleugels
Op gele bloem
De naam 'admiraalvlinder' komt van de rode banden op de vleugels die doen denken aan de rode strepen op het uniform van een admiraal in de marine. In het Engels heet deze vlinder dan ook 'Red Admiral'.
De Atalanta vliegt van april tot november. De beste tijd om ze te zien is op warme, zonnige dagen in de late zomer en herfst (augustus-oktober), wanneer ze nectar tanken voor hun trek naar het zuiden. Ze zijn bijzonder actief op vlinderstruiken en asters.
Nederlandse en Belgische Atalanta's trekken in de herfst naar het Middellandse Zeegebied, een afstand van gemiddeld 1500-2000 kilometer! In het voorjaar keren ze (of hun nakomelingen) weer terug naar het noorden. Dit indrukwekkende trekgedrag maakt ze tot echte marathonvliegers.
Brandnetels zijn de enige waardplant voor de rupsen van de Atalanta. Zonder brandnetels kunnen ze zich niet voortplanten. Het vrouwtje legt haar eitjes uitsluitend op brandnetelbladeren, en de rupsen voeden zich met deze plant. Dus: geen brandnetels = geen Atalanta's!
In België en Nederland komen normaal gesproken twee generaties per jaar voor. De eerste generatie vliegt in het voorjaar (april-juni), de tweede in de zomer en herfst (juli-november). De tweede generatie is vaak talrijker en deze vlinders trekken in de herfst naar het zuiden.
Volwassen Atalanta's voeden zich met nectar van diverse bloemen, vooral vlinderstruik, asters, distels en sedum. Ook houden ze van het sap van rot fruit, vooral gistend fruit zoals appels en peren. Je ziet ze daarom ook regelmatig op gevallen fruit in boomgaarden.
De Atalanta is vrijwel onmiskenbaar door zijn zwarte vleugels met felrode dwarsband en witte vlekken aan de vleugelpunten. Geen enkele andere Nederlandse of Belgische vlinder heeft dit specifieke kleurpatroon. De combinatie zwart-rood-wit is uniek!
Traditioneel trekken vrijwel alle Atalanta's naar het zuiden voor de winter. Door klimaatverandering blijven steeds meer exemplaren echter hier overwinteren. Ze zoeken dan beschutting in schuren, holle bomen of andere beschutte plekken. De overlevingskans is echter een stuk lager dan bij trekkende exemplaren.
Nee, de Atalanta is een van de meest voorkomende dagvlinders in de Lage Landen. Je kunt ze vrijwel overal tegenkomen waar bloemen en brandnetels zijn. Hun populatie is relatief stabiel, mede omdat brandnetels algemeen voorkomen en de vlinders niet kieskeurig zijn over hun leefgebied.
Plant nectarrijke bloemen zoals vlinderstruik, asters en lavendel. Laat een hoekje met brandnetels staan voor de rupsen. Vermijd pesticiden en creëer zonnige plekken waar vlinders kunnen opwarmen. Een ondiep schaaltje met water en steentjes helpt ook.